Koningsdag Nieuws Sponsors Links 4 Mei Contact ANBI
logo

Stichting Velp voor Oranje
Vereniging opgericht in 1894
Goedgekeurd bij Koninklijk Besluit
Stichting opgericht in 2000
 
 
 
 




4-Mei:      
     
DODENHERDENKING IN VELP

Voorafgaand aan de Stille Tocht en Dodenherdenking in Velp is traditiegetrouw
een bijeenkomst met een overdenking en muziek in de Parkstraatkerk.
Mevrouw Petra van Wingerden-Boers, voormalig burgemeester van de gemeente Rheden,
spreekt daar op vrijdag 4 mei om 19.15 uur.
Het Velpse koor Les Trente Plus zingt enkele liederen.
Iedereen is van harte welkom.

19.45 uur
Start Stille Tocht van Parkstraatkerk naar Herdenkingsmonument in Villapark/Vijverlaan.
Iedereen kan zich daar bij aansluiten.

ca. 19.50 uur
De Dodenherdenking begint met tromgeroffel en een trompetsignaal.
Na de Twee Minuten Stilte en het gezongen Wilhelmus, leest een leerling van obs Daalhuizen een gedicht,
gevolgd door de officiële krans- en bloemleggingen.

Aansluitend krijgt iedereen gelegenheid om zijn/haar bloemen te leggen; zelf meegenomen / geplukte bloemen
of de losse bloemen die het Comité daarvoor heeft klaar gezet.

Tijdens het défilé, waaraan alle aanwezigen kunnen meedoen, speelt Drum- en Showfanfare Mr. H.M. van der Zandt.
Tot slot leggen alle scouts, die tijdens de plechtigheid de fakkels droegen, ook een bloem.

En daarmee eindigt de eenvoudige, maar ieder jaar weer indrukwekkende bijeenkomst.


Prof. Mr. G.J.M. Corstens - DODENHERDENKING 2016

Bij de foto:
Ray Lord (91) veteraan stak op 4/5 mei de vlam aan in Wageningen. Hier, in Velp, legde hij op 7 mei een krans met klaprozen. Ernaast staat de Vrijheidsvlam die hij - in de auto - meeneemt naar Engeland.



Volledige tekst, uitgesproken door prof. Mr. G.J.M. Corstens – Oud-president Hoge Raad der Nederlanden, Voorzitter Stichting War Requiem-Bridge to the future.
Plaats: in de Parkstraatkerk te Velp, voorafgaand aan de Stille Tocht naar het Herdenkingsmonument aan de Vijverlaan.

U hebt wellicht de onlangs aangebrachte Bevrijdingsramen in de Waterstaatskerk hier in Velp gezien. Op één van die ramen staat de handreiking van de Velpse dominee Oskamp aan de vanuit Dachau teruggekeerde pastoor Schaars afgebeeld. Het lijkt iets simpels, een handreiking. Maar wat kan een handreiking betekenisvol zijn. Albie Sachs, later lid van het Zuid-Afrikaanse Constitutionele Hof bevond zich wegens zijn anti-apartheidsactivisme vanaf 1966 in ballingschap. In 1988 werkte hij in Mozambique in de rechtswetenschap. Daar werd door de Zuid-Afrikaanse geheime dienst een bom in zijn auto geplaatst. Sachs overleefde de aanslag, maar verloor zijn rechterarm en het zicht in één oog. Op een zeker moment, Sachs is dan al rechter in het Constitutioneel Hof, meldt zich daar bij hem ene Henri, die met de tred van een militair met Sachs mee naar zijn kamer loopt. Henri vertelt hem dat hij betrokken is geweest bij de aanslag op Sachs en dat hij daarover bij de waarheidscommissie zal verklaren. Aan het eind van het gesprek staat Sachs op en zegt hij, vrij vertaald:

“Normaal gesproken schud ik iemand bij het afscheid de hand, maar jouw hand kan ik niet schudden. Niet nu. Ga naar de Waarheidscommissie, help het land door je verhaal te vertellen. Misschien kunnen we elkaar dan nog eens ontmoeten.”

Op weg naar de uitgang bleek Henri zijn trotse militaire tred kwijt te zijn geraakt. Hij oogde terneergeslagen en verdrietig, schrijft Sachs. Veel later loopt Sachs Henri toevallig tegen het lijf op een feest met luide muziek en dansende mensen. Daar vertelt Henri dat hij bij de waarheidscommissie is geweest en alle medewerking heeft verleend.

“Je had gezegd “misschien”, als ik naar de waarheidscommissie zou gaan…” zegt Henri.
Dan steekt Sachs zijn hand uit en schudt die van Henri. Vervolgens gaat Henri opgetogen weg en valt Sachs bijna flauw in de armen van een vriend. Weer later, zo schrijft Sachs, hoorde hij dat Henri plotseling naar huis is gegaan en ongeveer twee weken onafgebroken heeft gehuild. Vanavond herdenken we de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. Helaas staan die niet op zichzelf. Daarvoor en daarna deden zich ook gruwelijkheden voor. Zelfs nu nog. Denkt u maar aan Rwanda in de jaren negentig en aan wat er ook nu nog in het Midden Oosten en helaas soms ook hier in West-Europa en in sommige landen van Afrika gebeurt. Een paar weken geleden was ik bij de opening van het nieuwe gebouw van het Internationale Strafhof in Den Haag. Toen werd weer eens opnieuw gesproken over de opdracht die aan dit hof is gegeven: eerlijk berechten van personen die zich aan genocide en andere vreselijke misdaden hebben schuldig gemaakt. De term “einde van de straffeloosheid” viel opnieuw, zoals daarover ook was gesproken met betrekking tot de oorlogstribunalen van Neurenberg en Tokyo. Men hoopt dat de confrontatie van potentiële daders met bestraffing hen zal weerhouden van het begaan van dit soort misdaden. Het gaat dan steeds om bestraffing en vergelding.

Daarnaast staat vergeving. Ik had aarzelingen om hier bij deze herdenking over vergeving te spreken. Maar het is mijn overtuiging dat vergeving ook in dit verband een plaats zou moeten kunnen krijgen. Vergeving betekent dat je met de ander die jou heeft aangevallen, jou heeft gemarteld, je familie heeft gedood niet alle banden verbreekt. Je blijft de ander erkennen als mens, je laat je door die ander niet meeslepen in het onrecht dat jou door hem is aangedaan. Nee, je probeert jezelf te bevrijden. Níet vergeven, kan verlammend werken. Verlammend voor degene die iets heeft misdaan, maar net zo verlammend voor degene aan wie iets is aangedaan. De boosdoener blijft achter met het gevoel dat hij de ander heeft aangevallen, heeft beroofd, misschien wel heeft gedood. Het slachtoffer is niet over zijn eigen schaduw heen gesprongen, leeft met de kwetsuur voort, staat in grote spanning tot de dader. Zoals de cabaretier Marc Marie Huybregts een tijd geleden zei: vergeven doe je ook voor jezelf.

Een uiterst aangrijpend en tegelijk hoopgevend voorbeeld van de kracht van vergeving zag ik een jaar of drie geleden in Den Haag in een voordracht van Jean Paul Samputu, een muzikant uit Rwanda.

Hij sprak onder de titel “Forgiveness - the unpopular weapon”. Samputu vertelde dat in 1994 tijdens de Rwandese genocide zijn ouders, drie van zijn broers en zijn zus zijn vermoord. Toen hij na de gewelddadigheden weer in zijn dorp kwam wilde hij weten wat er was gebeurd, ook om er iets meer van te kunnen begrijpen. Van getuigen hoorde hij toen wie de dader was. De wereld van Samputu stortte compleet in: de moordenaar van zijn familie bleek zijn beste vriend uit zijn kindertijd te zijn.
Samputu vertelde dat hij niet meer in staat was muziek te maken. Hij zag geen enkele waarde meer in het leven. “I was waiting to die”, zegt Samputu letterlijk. Op aandrang van vrienden die niet konden aanzien hoe hij wegkwijnde, probeerde hij van alles. Samputu zei dat hij uiteindelijk in zijn desperate toestand als laatste strohalm is gaan bidden. Met een houding die in het Nederlands misschien nog het best is te omschrijven als: ‘baat het niet dan schaadt het niet’. Samputu vertelde tijdens dat bidden een stem te hebben gehoord die hem zei dat hij alleen geheeld kon worden als hij de moordenaar van zijn ouders en broers en zus zou vergeven. Hoe moeilijk dat ook was: aan die stem heeft hij gehoor gegeven.

Hij is teruggekeerd naar zijn dorp en heeft daar ten overstaan van de gemeenschap uitgesproken dat hij zijn jeugdvriend zijn misdaden vergaf. Zo kwam hij weer in contact met die jeugdvriend. Dat resulteerde uiteindelijk erin dat ze samen door Rwanda zijn gaan reizen met de boodschap dat verzoening de enige manier is om te voorkomen dat de ene oorlog de andere opvolgt. Met de boodschap dat een ‘culture of revenge’ alleen maar meer ellende oplevert en vergeving daartegen een niet populair, maar veel krachtiger wapen is. “Forgiveness is to leave from the prison of hatred.” ‘Forgiveness is for you not for the offender’, herhaalt Samputu meermalen.

Door te vergeven, zo zegt hij te hebben ervaren, bevrijd je jezelf uit een gevangenis van haat en bitterheid, verlos je jezelf van wraakgevoelens. Vergeven doe je voor jezelf, niet voor de dader.

Met het voorgaande heb ik impliciet een keuze gemaakt voor niet vergeten. In het Edict van Nantes van 1598 dat beoogde een einde te maken aan de bloedige strijd tussen katholieken en protestanten in Frankrijk, stond dat de herinnering aan alle dingen die aan weerszijden zijn voorgevallen uitgedoofd en ingeslapen zal blijven als iets wat niet is gebeurd. Ik zou menen dat hier iets wordt voorgeschreven wat moeilijk is op te brengen. Men kan niet voorschrijven de herinnering uit te bannen, net te doen alsof er niets is gebeurd. Dat lijkt te gelden voor zowel collectieve gebeurtenissen als voor private kwesties. “Zand erover” is soms een goede daad. Maar dat moet je wel kunnen. Dit opbrengen, als het gaat om zeer ingrijpende gebeurtenissen, kan nauwelijks worden verlangd. De ouder die een kind heeft verloren: zand erover kan niet het antwoord daarop zijn. Dat zand zal nooit lang blijven liggen, zal snel wegwaaien op de wind van de nu eenmaal blijvende emotie. Datzelfde zal ook gebeuren als het gaat om collectieve gebeurtenissen als de holocaust en andere vormen van genocide. Soms zal de tijd wonden een beetje kunnen helen, maar vergeten, nee, dat zal bij gebeurtenissen die je in je diepste wezen hebben geraakt, niet gemakkelijk geschieden. Cees Nooteboom schreef eens: herinnering is een hond die gaat liggen waar hij wil. Op de burgerbegraafplaats in Oosterbeek staan op een koperen band langs een aantal graven de woorden van de joodse mysticus Baal Sjem Tov vermeld:

“vergeten is ballingschap, herinneren is bevrijding”.

Hij gaat dus nog iets verder: vergeten leidt tot ballingschap, tot niet bevrijd worden.

Het voorgaande samengevat: vergeven, niet vergeten.

Vergeven kan aanleiding geven tot verzoening. Verzoening kan worden gesymboliseerd door een handdruk. Die handdruk kan als we praten over de Tweede Wereldoorlog niet meer door daders en slachtoffers worden gegeven. Die kan wel op wat abstracter niveau worden gegeven. En daarom is het zo mooi dat u, hier in Velp, als resultaat van een burgerinitiatief een opdracht hebt gegeven aan een Duitse kunstenaar en een Duits bedrijf de befaamde handdruk van dominee Oskamp aan pastoor Schaars in glas in lood uit te laten voeren. Het symboliseert niet alleen de overbrugging van tegenstellingen tussen twee gestaltes van een geloof, maar ook tussen Duitsers en Nederlanders.


Prof. dr. C.J.M. Schuyt - DODENHERDENKING 2015

Onderstaande tekst werd uitgesproken door prof. dr. C.J.M. Schuyt, voorafgaand aan de Stille Tocht en Dodenherdenking bij het Herdenkingsmonument in Velp.

Geachte aanwezigen,

Uw komst naar deze herdenkingsbijeenkomst getuigt van moreel besef. U houdt hiermee de herinnering levend aan de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en U wilt stil staan bij de vraag welke kant iemand koos en kiest, toen en nu, op het slagveld van goed en kwaad. Dat is overal: dáár waar moedige mensen de strijd aangaan met machten en mensen die leed berokkenen aan onschuldigen, dood en verderf brengen, oorlog voeren, tirannie en terreur uitoefenen. Het is een eeuwige strijd van goedwillenden tegenover kwaadwilligen, de beulen. Ik wil op deze avond van 4 mei verschillende van die moedige mensen in herinnering roepen en dan vooral diegenen, die bij herdenkingen vaak over het hoofd gezien worden; personen die vaak met gevaar voor eigen leven hulp en bescherming boden aan bedreigde joodse medeburgers, of onderduik verschaften aan verzetslieden en later onderdak aan neergeschoten Engelse en Poolse parachutisten en soldaten die bij de slag om Arnhem ternauwernood konden ontsnappen. In noem al deze mensenredders stille helpers, die niet om hun spectaculaire verzetsdaden later ‘onze helden’ genoemd werden, niet geroemd en beroemd werden om hun openlijke protesten tegen het onrechtmatige optreden van de bezetter, maar juist in alle stilte hun beschermende werk deden.

Ruim één maand geleden, 27 maart, werd in Nationaal Monument Kamp Amersfoort een nationaal gedachtenis-monument onthuld voor onderduikers en voor onderduikgevers. Op 16 april, de dag waarop Velp werd bevrijd, werd een vergelijkbaar monument onthuld, toegesneden op de Velpse situatie, om al die moedige mensen te eren die mensen bij hun in huis genomen hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het vorig jaar verschenen boek “Verborgen in Velp, nooit vertelde verhalen over moed, verzet en onderduikers” getuigt er van hoe veel bekende en onbekende mensen, voorname en eenvoudige, arme en rijke mensen in Velp onderdak verschaft hebben aan evenzovele bekende en onbekende, rijke en arme mensen. Ik vind “verborgen” hier het juiste woord, want alles vond plaats, moest plaats vinden, in het verborgene. Alles daarbij stond in het teken van stilte, misschien is dat de reden waarom de onderduikhulp zo lang op erkenning heeft moeten wachten. De hulp aan onderduikers, met name aan de bedreigde joodse bevolking, kwam slechts langzaam op gang. Halverwege 1942 ontstond op initiatief van dominee Slomp, onder diens schuilnaam Frits de Zwerver, de LO, Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers. Wat zou er gebeurd zijn als dit eerder en op grotere schaal had plaatsgevonden: zouden dan meer mensen gered zijn? Zouden minder mensen zijn omgebracht dan de 104.000 joodse burgers, 75 % van de in Nederland aan het begin van de oorlog aanwezige joodse bevolking? Dit zijn moeilijke vragen die bijna geen antwoord kennen, maar het bieden van hulp en bescherming was een stille vorm van verzet, waaraan, heden ten dage, ook meer aandacht zou kunnen worden geschonken. Anne Frank schreef op 8 mei 1944 in haar dagboek: “Het blijkt dat Miep haar onderduikers geen minuut uit haar gedachten kan zetten”. Dat was een rake observatie van Anne: een reddende engel denkt aan alles. Zij staat model voor al diegenen die anderen in hun huis opnamen of met eigen risico naar veiliger adressen of gebieden brachten.

Laat ik proberen de angst en de spanning te beschrijven die onderduikers en onderduikgevers samen gevoeld moeten hebben. Ik citeer kort enkele regels uit het gedicht “De onderduiker”, dat in de oorlog is gemaakt en in 1948 gepubliceerd:

“Ik ga achter t’ behang en doe de schotten dicht/ en keer mij naar de wand/ en bed mij in mijn blind verdriet./ Ik kan niet langer denken dan aan dit ene: dat zij mij misschien vinden en misschien ook niet. Nacht, dek hem toe, Uw onderduiker/ in zijn schuilplaats” (J.B. Charles, Podium 1948; Het eiland onrust, 1955).

In zo’n schuilplaats heerste vaak volstrekte stilte. Je moest je stil houden, uren, dagen, soms maanden lang; op kousenvoeten lopen, je identiteit verbergen; en voor de onderduikgever gold: je moest met je hulp niet te koop lopen, niet zeggen: “kijk eens, hoe goed ik iemand help”. Niets laten merken, gewóón doen, dat was het devies. Die stilte werd afgewisseld met het zware geluid van buiten, van voort marcherende soldaten, met hun geweren, van de plotselinge bel aan de deur en “Ausweis bitte”, of het geluid van overvliegende hoop gevende vliegtuigen. En dan de opluchting, bij de bevrijding, van het niet-ontdekt zijn, waardoor je niet langer meer hoefde te schrikken van elke deur die open gaat en elke voetstap in de straat. Daarna kwam de stilte om de doden te gedenken, de stilte van het verdriet dat blijft. Vaak zijn daar geen woorden voor. Later kwam de stilte van ná de oorlog: er niet over praten, omdat het te erg was. Of: geen tijd hebben om er over te praten want er moest hard gewerkt worden om er weer bovenop te komen. Als wij zo dadelijk twee minuten stilte in acht nemen, is dat een moment om er over na te denken hoeveel vormen stilte kan aannemen.

Ik wil tot slot eindigen met twee vragen. De eerste: waarom déden de onderduikgevers dit? Tegenover de vaak gehoorde mening dat veel helpers het vooral deden om het geld dat ze van de onderduikers ontvingen of afpersten, beweer ik het tegenover gestelde: altruïsme bestaat, bestaat echt. Het morele besef dat we onze medemensen moeten helpen, bijspringen waar nodig, en met empathie tegemoet treden is de onuitroeibare basis van het samenleven. Adam Smith, de vader van de liberale economie, noemde dit in 1776 in zijn beroemde Wealth of Nations de noodzakelijke moral common sense, een gemeenschappelijk moreel besef, waarzonder geen enkele samenleving kan bloeien en groeien. Onderwijs, zorg voor ieders gezondheid en een rechtvaardige rechtspleging waren, voor Adam Smith, de noodzakelijke fundamenten voor elk soort samenleven. Net als de stille helpers uit de oorlog, wordt deze belangrijke boodschap van een van de grondleggers van de moderne samenleving, over het hoofd gezien. Mijn tweede vraag koppel ik hier aan vast: hoe kan deze morele common sense, de vanzelfsprekende morele hulp, overgedragen worden aan volgende generaties? Hoe kan men er voor zorgen dat die morele bronnen niet opdrogen, ook niet in de huidige vrij individualistische, en ego-gerichte cultuur? Dit is een vraag die te groot is om in enkele minuten af te doen, maar wel een die belangrijk blijft. Het antwoord op deze vraag ligt voor de hand: met name door de herinnering levend te houden aan de mensen die hulp en bescherming boden in tijden van nood, de stille helpers, die later over hun eigen gedrag zeiden: “ik zou weer precies hetzelfde doen, als toen”, namelijk mensen onderdak en bescherming verschaffen. Het gaat er om hún antwoord, toen, voor het hier en nu te vertalen, in onze situatie toe te passen, en vooral niet te vergeten. Daarmee en daardoor blijven we tegelijkertijd onze herinnering levendig houden aan alle slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Daar staan we elk jaar bij stil; dit jaar in het bijzonder bij de herinnering aan die vele stille helpers, voor wie in Velp nu een ereteken is opgericht.


16 april - Bevrijding Velp - herdenken en vieren

Op de dag dat Velp werd bevrijd, op 16 april,
ontvangt het 4 Mei-Comite Velp ieder jaar om 8.45 uur
een afvaardiging van een basisschool school voor een korte
overdenking en bloemlegging bij het Herdenkingsmonument in het Villapark.

Aansluitend wordt om 9.00 uur de Vrijheidsklok geluid.



Foto: de heer John Bosnak, secretaris van het 4 Mei-Comite, vertelt.


Leskoffer over WO2

Op de foto: de heer Harrie Heling vertelt over zijn herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog in Velp.
Mevr. Jolien Vervelde organiseert de bijzondere lessen in de groepen 7 en 8
van Velpse basisscholen namens het 4 Mei Comite Velp.
Ieder jaar wordt aan een andere school een bezoek gebracht.

Stichting Velp voor Oranje stelt voor deze lessen twee koffers met authentieke materialen uit 1940-45 beschikbaar.
Bovendien mag van iedere school elk jaar een klas op kosten van Velp voor Oranje een bezoek brengen aan het
Arnhems Oorlogsmuseum aan de Kempenbergerweg.

Inlichtingen: info@velpvoororanje.nl


Dodenherdenking Velp 4 Mei 2014

Volledige tekst Gety Hengeveld.

Vanavond ga ik u vertellen over een aantal moedige Velpenaren en onderduikers in Velp.

Velp veranderde op 10 mei 1940 van het ene moment op het andere van een dorp waar je frank en vrij rondliep, in een dorp waar onzekerheid en angst heerste. Duitse vrachtwagens en tanks denderden over de Hoofdstraat, opgepakte Nederlandse (ook Velpse) soldaten werden als krijgsgevangenen weggevoerd.
Een aantal Velpenaren was voorbereid op deze inval. Pastoor Schaars, ds. Oskamp en communist Dirk van der Voort bijvoorbeeld verzetten zich al jaren actief tegen het opkomend fascisme in preken en geschriften, maar ook door het helpen van Joodse vluchtelingen uit Duitsland. Als hij zo gauw geen schuilplaats kon vinden, nam Dirk van der Voort hen op in zijn eigen huis. (Weet u wel hoe klein die huisjes zijn, aan de Beltjeshofstraat?)

Na die eerste beklemmende weken in mei 1940, ging het leven in Velp langzaam weer zijn gangetje. Men paste zich aan aan de omstandigheden. Er was niet of nauwelijks verzet, voor zover we weten.
Totdat in 1942 Nederlandse mannen verplicht moeten gaan werken in Duitsland (Arbeitseinzats) en vanaf de zomer van 1942 de Joden actief worden opgespoord en op transport worden gesteld naar concentratiekampen.
Het verzet in Velp ontwikkelde zich vanaf toen in kleine, onafhankelijke groepjes.

Huisarts Oostenbrink was wellicht al betrokken bij het Velpse verzet toen de 25-jarige Warner van Keulen zich bij hem meldde. In het boek ‘Verborgen in Velp’ begint het verhaal over Van Keulen als volgt:
In dezelfde periode dat de Velpenaren Tjalkens en Pessink worden gefusilleerd vanwege hun betrokkenheid bij de april-mei staking in 1943 bij machinefabriek Thomassen in Rheden, vlucht Warner van Keulen op de fiets van Heerde naar Velp. Hij heeft o.a. machinisten overgehaald om te staken. Hij wordt gezocht en loopt gevaar ook gefusilleerd te worden. Van Keulen duikt onder bij Dr. Oostenbrink. Om de risico’s te spreiden regelt Dr. Oostenbrink een tweede schuilplaats bij het Gereformeerde onderwijzersgezin Den Hartog aan de Van Pallandtstraat 10, bestaande uit vader, moeder, dochter Joop en de zonen Piet, Gert en Leo. Het besluit van het echtpaar Den Hartog om een onderduiker in huis te nemen is een weloverwogen beslissing.
Mevrouw Den Hartog schrijft in haar dagboek:
‘Na biddend overleg besloten we ons niet te mogen onttrekken aan wat we zagen als onze gehoorzaamheid aan God. We hebben samen alles rustig onder ogen gezien en de eventuele consequenties, die deze deelname aan het verzet zou kunnen meebrengen, aanvaard. We hebben ons leven bewust in Gods Hand gelegd, wetend, dat we Daar veilig en geborgen waren.’
Van Keulen woont afwisselend een week op beide adressen.
Na enige tijd kwam een cruciale vraag van het Velpse verzet, via dokter Oostenbrink. Of hij de organisatie van de distributie van bonnen voor onderduikers op zich wilde nemen. Hij zou de spil worden van het sociale verzet. Van Keulen en ook de familie Den Hartog stemt er mee in, hoewel het risico voor het gezin Den Hartog hiermee beduidend groter wordt. Vanaf dat moment komt Van Keulen helemaal bij hen wonen.
Een moedig besluit. De gevolgen voor het gezin zijn groot.
Mevrouw Den Hartog schrijft over 14 juli 1944 in haar dagboek:
‘Er was sportdag van school op de Pinkenberg. Ook Vader was daar heen. ’s Middags kregen we bericht dat er huiszoeking was geweest bij Dr. Oostenbrink en Ds. Hart en dat de hele zaak is opgerold. Ik ging Vader waarschuwen. IJlings namen we maatregelen voor de veiligheid van onze verzetsmensen. Vader was de hele avond in touw om allerlei mensen te waarschuwen, waarvan we wisten, dat ze één of meer onderduikers herbergden. Tegen elven kwam hij doodmoe thuis. Bij mij en onze vrienden rees de vraag of het niet veiliger zou zijn, dat Vader ook onderdook, maar Vader vond dat nog niet nodig. We wisten niet dat de Duitsers en hun handlangers, twee SD-ers, al op weg waren naar ons huis.

Nauwelijks lagen we op bed, of de bel ging en ik zei: ‘Daar heb je ze.’ Vader ging naar beneden om open te doen en ik stopte nog gauw een verboden krantje ‘Vrij Nederland’ tussen mijn kleren en kleedde me haastig aan. We dachten niet aan vluchten, het zou ook niet gekund hebben, want huis, tuin en straat waren afgezet.
Het huis werd van onder tot boven onderzocht, tot aan de vliering toe. Toen ze daar een schuilplaats ontdekten, wilde een mof er doorheen schieten, maar tot tweemaal toe wist Vader er hem van de weerhouden, met ’t oog op de slapende kinderen. Toen de moffen niet vonden wat ze zochten, zeiden ze, dat Vader mee moest.
Op weg naar de keuken ging ik in vliegende haast de vitrage van de zijkamer dichtdoen, voor ingewijden was dat een afgesproken teken, dat ’t hier in huis onveilig was. Na een kort afscheid ging Vader mee.’
De heer Aart Jacob den Hartog is in concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg gestorven op 7 januari 1945.

Warner van Keulen, gewaarschuwd door de dichtgetrokken vitrage, duikt onder in Arnhem.
Zijn taak wordt overgenomen door ‘Dick’, het alias van de heer Max Pouwels.
Na de Slag om Arnhem, op 17 september 1944, als de stad moet evacueren, komt Van Keulen weer in Velp terecht. Mevrouw Den Hartog besluit om hem opnieuw in huis te nemen. Kort daarna, als Max Pouwels halsoverkop moet vluchten, omdat de Duitsers hem willen arresteren, neemt Warner Van Keulen, nu als ‘Johan Aalbers’ de zorg voor de Velpse onderduikers weer op zich.
De feiten over Van Keulen waren tot voor kort nauwelijks bekend. Hoewel ik wist dat hij heel belangrijk was voor het Velpse verzet en de heer Gert den Hartog meende dat er ooit een soort namenlijst van Velpse onderduikers was geweest, leverden naspeuringen in archieven en bij musea niets op. Zijn overlijdensadvertentie vond ik wel, zijn eventuele nabestaanden niet. In januari 2013 nam ik het besluit: zoektocht over hem staken; het boek moet af.
En toen gebeurde er een wondertje.
Eind januari 2013 ontving ik een email van een meneer die als baby in 1944 tijdelijk was geëvacueerd bij mevrouw Den Hartog. Hij vertelde terloops kortgeleden nog met de echtgenote van Warner van Keulen te hebben gesproken. En of ik geïnteresseerd was in haar adresgegevens!
Dezelfde dag heb ik haar gebeld. En de volgende dag zat ik bij haar – in Wageningen - aan tafel.
En wat lag daar?
Een trommeltje vol met vervalste stempels.
En een dik plakboek met originele documenten, foto’s, brieven.
En in dat plakboek vond ik …. een paar gladgestreken vodjes papier met daarop de namen van Velpenaren waar 583 bonnen naar toe moesten.
Ook kreeg ik een bandopname met een interview van de heer Van Keulen, enkele jaren voor zijn dood. Hij vertelt: ‘We verzorgden – met een aantal tussenpersonen - bijna 600 onderduikers, waaronder tientallen joden.
Mijn aanbod om ook te helpen bij de voedseltransporten of te helpen bij andere verzetsactiviteiten, werd resoluut afgewezen: ‘Als ze jou pakken verhongeren er zeshonderd mensen in Velp.’

Zeshonderd onderduikers, betekent 600 moedige Velpse gezinnen die een groot geheim moeten bewaren. Tegenover hun kinderen, tegenover familie en vrienden. Zeshonderd gezinnen die iedere dag bang zijn om verraden te worden en – zeker aan het eind van de oorlog – precies weten wat de consequenties daar van kunnen zijn.
Het boek ‘Verborgen in Velp – nooit vertelde verhalen over moed, verzet en onderduikers’, waar al deze verhalen in staan, is bedoeld als monument voor al die moedige mensen.
Nóg beter dan een stenen monument, is zo’n monument met verhalen over doodgewone Velpenaren in doodgewone huizen.
Gisteren vertelde Debby Steunenberg dat ze iedere dag door Jeruzalem fietst, op weg naar het Rhedens Lyceum. Sinds ze de verhalen in het boek heeft gelezen, beseft ze iedere dag weer dat in die straat, op nummer 31, veertien Joodse familieleden van Velpenaar David Santcroos (uit de Looierstraat) de oorlog overleefden en dat op nummer 17 ook meer dan 10 Joodse onderduikers waren verborgen. Haar moeder fietste kortgeleden – nietsvermoedend – over de Stalen Enk, en herkende plotseling het witte huis met het paadje ernaast naar de boerderij van zuster Van Zwol, waar ook tientallen onderduikers zijn opgevangen.
Herdenken doen we op deze manier niet alleen op 4 Mei, maar op al die momenten dat we beseffen: in dit huis, in deze straat, in dit dorp werd voor de vrijheid gevochten. Niet door een goed georganiseerd leger, maar door doodgewone mensen. Die doodgewone mensen namen een beslissing die niets te maken had met geslacht, stand of opleiding. En ze namen die beslissing niet om daar later trots over te kunnen vertellen. Vaak wisten – soms tot op heden - hun buren en familieleden zelfs niets over hun verzetsactiviteiten. ‘We vonden gewoon dat we dat moesten doen’, is een veel gehoorde reactie.
Vandaag herdenken we de doden van de tweede wereldoorlog.
We denken dan ook aan de moedige Velpenaren die hun leven in de waagschaal stelden om anderen te redden. Bij de eerste officiële herdenking van de doden in het Villapark in Velp was ook Piet den Hartog betrokken, de zoon van Aart Jacob den Hartog. Hij was mede verantwoordelijk voor de tekst bij de bloemen: Uw offer zal niet vruchteloos zijn.
Met andere woorden: wij, uw nakomelingen, willen ons actief blijven inzetten voor de vrede en veiligheid van onze medemensen.
Wij hopen dat die inzet er nog steeds is, ook 69 jaar na de Bevrijding.

Het is daarom een ontroerende gedachte dat straks Hannah den Hartog, de achterkleindochter van Aart Jacob den Hartog, de kleindochter van zijn zoon Gert den Hartog, namens alle Velpse schoolkinderen, bloemen zal leggen bij datzelfde monument.


DODENHERDENKING VELP

De jaarlijkse Dodenherdenking in Velp begint in de Parkstraatkerk met een
overdenking en muziek. Aanvang: 19.15 uur. Iedereen is van harte welkom.


Indrukwekkende verhalen over moedige mensen in Velp tijdens de oorlog in 1940-1945 zijn kortgeleden opgeschreven en gepubliceerd. Over dat boek – Verborgen in Velp – nooit vertelde verhalen over moed, verzet en onderduikers – en het samenstellen ervan, vertelt Gety Hengeveld-de Jong tijdens de bijeenkomst in de voormalige Parkstraatkerk aan de Parkstraat, voorafgaand aan de Stille Tocht en Dodenherdenking in Velp. Tijdens die bijeenkomst zingt het koor ‘Puur Zang’ enkele liederen en draagt Susan Caspers van de Velpse Prins Bernhardschool het gedicht voor waarmee zij de dichtwedstrijd van Amnesty International won.

Aansluitend wordt omstreeks 19.45 uur de Stille Tocht geformeerd, vóór de Parkstraatkerk. Iedereen kan zich daar bij aansluiten. Met ‘stille trom’ lopen leden van de Drum- en Showfanfare Mr. H.M. van der Zandt voor de stoet uit naar het Herdenkingsmonument in het Villapark aan de Vijverlaan. Bij het monument wordt de Bevrijdingsklok geluid, terwijl de vrijheidsvlam brandt. Scouts van De Velpsche Woudloopers & de Olmen en van De Markesteengroep staan met fakkels aan weerszijden van het monument. Na de twee minuten stilte, vanaf 20.00 uur, en het zingen van het Wilhelmus worden kransen en bloemen gelegd door afgevaardigden van diverse organisaties, zoals het Comité 4 Mei Velp, Stichting Velp voor Oranje, Stichting De Geërfden van Velp, Stichting Promotie Centrum Velp, Amnesty International en Studentenvereniging Arboricultura (Hogeschool Larenstein). Leerlingen van de Roncallischool – die het monument ‘adopteerden’ – leggen vervolgens een bloemstuk en leerlingen van basisschool Daalhuizen leggen bloemen namens alle Velpse basisscholen. Daarna krijgen alle aanwezige kinderen gelegenheid om hun bloemen te leggen. Zelf geplukte bloemen of de losse bloemen die het Comité daarvoor heeft klaar gezet. Tijdens het defilé langs het monument, waaraan alle bezoekers kunnen deelnemen, speelt de Drum- en Showfanfare Mr. H.M. van der Zandt. En daarmee eindigt de eenvoudige, maar ieder jaar weer indrukwekkende bijeenkomst.

Organisatie: Comité 4 Mei Velp

Foto: Marc Pluim


DODENHERDENKING - Comité 4 Mei Velp

VELP - De jaarlijkse Dodenherdenking in Velp begon op 4 mei om 19.15u in de Parkstraatkerk
met een overdenking door Prof. Dr. Arnold Heertje en muziek.

Prof. Heertje, geboren op de Paasberg in Arnhem, vertelde voor het eerst
over de herinneringen van hemzelf en zijn familie.

Voor en na de overdenking zong Panta Rhei Vocaal en declameerde de elfjarige Jasper Burgers
van basisschool Daalhuizen in Velp zijn winnende gedicht van een dichtwedstrijd van Amnesty International.

Aansluitend aan de Stille Tocht werden kransen en bloemen gelegd bij het Herdenkingsmonument in het Villapark.
Beide bijeenkomsten trokken enkele honderden bezoekers, waarvan een opvallend groot aantal jongeren en kinderen.





Prof. Dr. Arnold Heertje

Volledige tekst Prof. Dr. Arnold Heertje.

Op dinsdagavond 17 november 1942 verliet ons gezin het ouderlijk huis op de Paasberg in Arnhem. Wij doken onder, onze ouders, mijn zusje Lenie, mijn broer Ies en ik. Als oudste zoon nam mijn vader mij apart. “Vergeet je naam”, zei hij. Mijn broer Ies kwam 10 dagen later op vrijdagavond 27 november terecht bij de familie Benink, Egmondstraat 5 in Velp. Ies was toen zeven jaar. Mijn zusje was al vanaf 17 november bij de familie Benink, vader, moeder en de drie-jarige Kees. Ies moest zo snel mogelijk daar weer weg. Enkele dagen later, woensdag 2 of donderdag 3 december ging hij vermoedelijk naar de familie van den Brink, Stalen Enk 6, vader, moeder en twee jeugdige meisjes. In die dagen een doorgangshuis voor vooral joodse kinderen en ouderen. Hier bleef Ies een paar dagen. Op of omstreeks 5 december 1942 komt Ies in huis bij Bep en Albert Horstman op de Pinkenbergseweg 25, vlak achter het huis van van den Brink. Behoudens een korte onderbreking blijft Ies tot het einde van de oorlog bij de familie Horstman, vader, moeder en hun dochter Lieneke (?). De naam Ies Heertje verdwijnt, er komt Dries Horstman voor in de plaats, en neefje uit Twente. In nog geen drie weken is Ies eerst gescheiden van zijn ouders en kort daarna van zijn voor – en achternaam. Pas enkele dagen geleden liet mijn broer zich bij toeval tegenover mij ontvallen, dat hij bijna tweeënhalf jaar Horstman heette, naar de familie die hem liefdevol heeft opgevangen. Op 5 mei 1945 waren mijn ouders, mijn broer Ies en mijn zusje Lenie en ikzelf er toch nog. Het was niet de bedoeling. Als ontsnapten aan de gaskamer waren wij uitverkoren. Dankzij de moed van ouders zoals Benink, van den Brink en Horstman grote persoonlijke risico’s te lopen. De risico’s die door verraad niet zelden uitmondden in ontberingen, verblijf in concentratiekampen en de dood. Elk jaar op 4 mei roept het herdenken van de slachtoffers van de nazi – terreur discussie op. Dit jaar overheerst de neiging terug te keren tot de Tweede Wereldoorlog. Het herdenken betreft de gevallenen in het verzet, de joden, vermoord omdat zij joden zijn, de zigeuners gedood omdat zij zigeuners zijn en burgerlijke strijders die hun leven hebben geofferd. Wellicht heeft het vervuilen van het herdenken een kritische grens overschreden. Terug naar de bron, als voertuig van integere historische bezinning en van perspectief op een leefbare toekomst. Tegen die achtergrond is een tweetal waarnemingen gepast. Voor latere generaties blijken de misdaden van de nazi’s in toenemende mate onvoorstelbaar en onwezenlijk. Het vermogen zich te verplaatsen in aard en omvang van de grootschalige, planmatige vernietiging door ’s mensen toedoen, van collectief en individueel leven, ontbreekt. Gelukkig maar. Dat kinderen niet bij machte zijn zich te vereenzelvigen met het leed dat hun ouders door andere gewone mensen is aangedaan, is een humane bescherming voor het leven. Deze machteloosheid heeft echter een keerzijde. Het vervagen van de grenzen van het herdenken zodat aan daders en slachtoffers zij aan zij een postuum eresaluut wordt gebracht, ging deels hierop terug. Voorts hebben naoorlogse generaties nog grotere moeite met het begrijpen van de moed, die vele Nederlanders hebben betoond door het plegen van risicovolle verzetsdaden, het verbergen van joden en verzetsstrijders en door het verlenen van allerlei hand – en spandiensten. Op deze manier hebben velen hun leven in de waagschaal gesteld, gemotiveerd door een politieke of religieuze overtuiging maar soms ook door bijna spelenderwijs de zijde van de verdrukten metterdaad te kiezen. “Je groeide er in”, zoals een vooraanstaande verzetsman van het Parool, Wim van Norden onlangs zei. De Keuze van deze rechtvaardigen is voor velen onbegrijpelijk omdat deze niet past in het overheersende paradigma van het afwegen van financiële voor – en nadelen van een beslissing. Anders dan met het wanbegrip omtrent de gruwelijkheden van de nazi’s leggen wij ons niet neer bij het wanbegrip omtrent de onvoorstelbare en onwezenlijke moed, waarvan nog maar 70 jaar geleden dapperen blijk hebben gegeven. Jegens hen hebben wij de plicht het herdenken van de gevallenen en hun overlevende medestanders uit te strekken tot het bijbrengen van kennis van en begrip voor hun heldendaden. Dat is een haalbare opgave die de verstandhouding tussen de generaties, tussen jong en oud ten goede komt en bijdraagt aan de humanisering van de samenleving. Immers dan breekt het inzicht door dat in Velp en elders, niet alleen de ontsnapten aan de gaskamer en hun nakomelingen maar wij allen het overleven te danken hebben aan onverschrokken mensen, die hun eigen weg gaan, niet buigen voor de tirannie van de massa, het dictaat van procedures en geschreven regels, het bevel is bevel en voor het onderdrukken van het gesproken woord. Het historisch zinvol en integer herdenken van deze levenshouding van de deelnemers aan het verzet opent de maatschappelijke ruimte voor onbelemmerde vrijheid van meningsuiting en debat. Ook als daarbij hoort langs deze, en niet langs juridische weg af te rekenen met afschuwelijke vooroordelen en kwaadaardige uitingen. Dat is het beeld van de humane toekomst, waarvoor de gevallenen hun leven hebben gegeven.


De Herdenking op 4 mei in Velp

Zoals gebruikelijk herdenken we op 4 mei om acht uur ’s avonds in het Villapark hen die voor onze vrede en vrijheid het offer van hun leven brachten. Voorafgaand aan de plechtigheid in het Villapark is er net als andere jaren een bijeenkomst in de Parkstraatkerk, die om 19.15 uur begint. Daar is iedereen welkom; het is beslist geen besloten bijeenkomst. Mevrouw Marianne van Praag, rabbijn van de Liberaal Joodse Gemeente in onze regio, zal een kort woord ter overdenking uitspreken. De uit Velp afkomstige violist Daniel Frankenberg zal samen met zijn vriend Teun Faber, altviool, voor de muzikale omlijsting zorgen. Natuurlijk wordt ook het winnende gedicht van de wedstrijd van Amnesty voor basisschoolleerlingen voorgelezen, ditmaal door Elles van Dijken van de Prins Bernhardschool.. Bij de uitgang is een collecte ter bestrijding van de onkosten. Na afloop van de bijeenkomst, om 19:45 uur begint de stille tocht van de Parkstraatkerk naar het Bevrijdingsmonument in het villapark. Daar wordt vanaf 19:55 de Vrijheidsklok geluid, worden twee minuten stilte gehouden en wordt het Wilhelmus gezongen. Daarna volgt het leggen van kransen door het 4 mei Comité Velp, Velp Voor Oranje, de Geërfden van Velp, Ondernemersvereniging Centrum Velp en twee Velpse scholieren. Dan worden bloemen gelegd door andere aanwezigen. Medewerking wordt verleend door de Drum-en Showfanfare Mr. H.M.van der Zandt, scoutinggroep de Velpsche Woodloopers & de Olmen en Velp voor Oranje. De organisatie is in handen van het Comité 4 mei Velp. Zie ook www.4en5mei.nl/herdenken/velp.

 

Dodenherdenking 2009

Ook dit jaar wordt de 4-mei herdenking in Velp weer verzorgd door het 4 mei-Comité Velp in samenwerking met Velp voor Oranje, de Geërfden van Velp, de Ondernemers Vereniging Centrum Velp en Amnesty International. Medewerking wordt verleend door Muziekvereniging Unisono en de Velpsche Woudloopers. Om 19:00 uur is er een bijeenkomst in de Parkstraatkerk NB: dit is een kwartier eerder dan gebruikelijk! De vroegere aanvangstijd hangt samen met het bijzondere programma dat geboden wordt.
De voordrachtskunstenares Margreet Blanken draagt dagboekfragmenten van Etty Hillesum voor.
Voor de muzikale omlijsting zorgt het Thomassen Mannenkoor onder leiding van Piet Cnossen.
Als inleiding op dit programma leest de elfjarige Sophie Zwertbroek haar gedicht
"Mensenrechten" voor. Daarmee won zij de jaarlijkse dichtwedstrijd van Amnesty voor leerlingen van groep acht.
Om kwart voor acht vertrekt de Stille Tocht naar het Villapark, waar de officiële Herdenking wordt gehouden die om acht uur begint.

 

Dodenherdenking Velp 4 Mei 2008

Namens diverse organisaties zijn tijdens de Dodenherdenking kransen en bloemen gelegd bij het Bevrijdingsmonument aan de Vijverlaan in Velp.